Disputenreglement

Opgesteld op 26 oktober 2018. Dit reglement heeft de status concept en is nog niet van kracht.

Artikel 1. Oprichting
1. Een dispuut kan enkel opgericht worden door bij het bestuur schriftelijk een verzoek tot oprichting in te dienen.
2. De oprichting zal plaatsvinden tijdens de eerstvolgende A.L.V., mits het verzoek ten minste vier weken alvorens de aanvang van de volgende A.L.V. is ingediend. Als aan dit criterium niet wordt voldaan, zal het bestuur besluiten tijdens welke A.L.V. de behandeling van het verzoek zal plaatsvinden.
3. Het bestuur zal de indiener van het verzoek tijdig op de hoogte stellen van de datum van de A.L.V. waarin de behandeling van het verzoek zal plaatsvinden.
4. Een dispuut dient een naam te dragen, welke moet worden opgenomen in het verzoek tot oprichting, en welke gepresenteerd moet worden tijdens de A.L.V. waarin het verzoek zal worden behandeld. Deze dispuutsnaam mag niet aanstootgevend zijn.
5. Een kandidaats-dispuut mag geen rechtspersoon zijn.
6. Een kandidaats-dispuut dient de A.L.V. bij oprichting een heldere en transparante acceptatieprocedure te overleggen die voldoet aan artikel 3. De procedure dient tevens omschreven te worden in het verzoek tot oprichting.
7. Een dispuut dient ten tijde van oprichting te bestaan uit tenminste drie verenigingsleden, waar van eenieder de namen en bijbehorende functies opgenomen dienen te worden in het verzoek tot oprichting. De functieverdeling dient te zijn gespecificeerd volgens artikel 2.
8. In het verzoek tot oprichting dient de manier waarop een dispuut vorm gaat geven aan de door de vereniging gesteld eisen voor een actief dispuut, opgenomen te worden.
9. Een kandidaats-dispuut dient tijdens de A.L.V. waarin de behandeling van het verzoek tot oprichting zal plaatsvinden, dispuutskleding dragen conform artikel 5, lid 2.
10. Het verzoek tot oprichting dient bij de convocaten betreffende de A.L.V. waarin het verzoek zal worden behandeld, meegestuurd te worden.
11. Een verzoek tot oprichting kan door het bestuur worden afgewezen als dit niet in overeenkomst is opgesteld met het Disputenreglement.
12. Als de geldigheid van het verzoek tot oprichting door de A.L.V. in twijfel wordt getrokken, moet er gestemd worden om de geldigheid vast te stellen.
13. Een verzoek tot oprichting mag nimmer worden gehonoreerd als dit door de A.L.V. als ongeldig is verklaard.

Artikel 2. Functies
1. Binnen een dispuut kunnen de volgende functies worden aangewezen:
a. Voorzitter
b. Vice-voorzitter
c. Secretaris
d. Penningmeester
e. Commissaris
2. De functie commissaris kan verder gespecificeerd worden, door in de functienaam het gebied binnen het dispuut waartoe de uitvoerder van deze functie zich zal beperken, op te nemen.
3. Er dient te allen tijde één voorzitter te hebben.
4. Enkel de voorzitter is bevoegd het dispuut op de heffen of wijzigingen in te dienen aan de acceptatieprocedure.
5. Een dispuutslid mag meerdere functies op zich nemen.
6. Indien het dispuut wenst de functieverdeling binnen het dispuut aan te passen, dient het bestuur van de vereniging hiervan ten laatste zeven dagen na de wisseling, schriftelijk op de hoogte gesteld te worden.

Artikel 3. Acceptatieprocedure
1. Een acceptatieprocedure moet voldoen aan de volgende eisen:
a. Een acceptatieprocedure mag niet racistisch zijn.
b. Een acceptatieprocedure mag geen fysiek geweld of anderszins buitensporig leed ten gevolge hebben.
c. Een acceptatieprocedure moet ten minste één element bevatten dat met zeilen te maken heeft.
d. Een acceptatieprocedure moet rekening houden met mindervaliden.

Artikel 4. Dispuut als rechtspersoon
1. Een dispuut mag gedurende haar bestaan geen rechtspersoon zijn.

Artikel 5. Actief dispuut
1. Een dispuut heeft de status actief als al de volgende criteria gelden:
a. Er drie of meer verenigingsleden in het dispuut zitten.
b. Het dispuut bestaat uit enkel verenigingsleden welke voldoen aan de bijhorende plichten zoals gespecificeerd in de statuten en reglementen.
c. Een dispuut is niet door de A.L.V. of het bestuur op inactief gesteld na aanleiding van een overtreding of nalatigheid.
2. Een dispuut met de status actief heeft de volgende plichten:
a. Het dispuut dient jaarlijks tenminste één verenigingsactiviteit te organiseren. Hierbij moeten alle leden worden uitgenodigd.
b. Het dispuut dient tenminste vier maal per jaar te vergaderen over de gang van zaken binnen het dispuut.
c. Het dispuut dient eigen dispuutskleding te hebben, bestaande uit ten minste één kledingstuk.
d. Van elke dispuutsvergadering moeten er notulen worden bijgehouden, en deze moeten worden bewaard voor tenminste vijf jaren.
e. Ieder verenigingslid mag het dispuut verzoeken de notulen van de dispuutsvergaderingen van de afgelopen vijf jaren ter inzage te overhandigen. Het dispuut moet deze notulen, of (digitale) kopieën daarvan binnen vier weken overhandigen.

Artikel 6. Inactief dispuut
1. Een dispuut heeft de status inactief als er aan een van de criteria zoals genoemd in artikel 5, lid 1, niet wordt voldaan.
2. Een dispuut heeft de status inactief als er aan een van de plichten zoals genoemd in artikel 5, lid 2, niet wordt voldaan.
3. Een dispuut heeft de status inactief als er na aanleiding van een overtreding of nalatigheid door de A.L.V. of het bestuur is besloten het dispuut op inactief te stellen.
4. Een dispuut met de status inactief heeft de volgende plichten:
a. Ieder verenigingslid mag het dispuut verzoeken de notulen van de dispuutsvergaderingen van de afgelopen vijf jaren ter inzage te overhandigen. Het dispuut moet deze notulen, of (digitale) kopieën daarvan binnen vier weken overhandigen.
b. Dispuutskleding mag niet worden gedragen.

Artikel 7. Uitbreiding en slinking
1. Een dispuut mag leden aannemen, mits deze leden de acceptatieprocedure met succes hebben ondergaan.
2. Een dispuutslid mag besluiten het dispuut te verlaten, tenzij een dispuutslid het enige dispuutslid is.
3. Het bestuur dient schriftelijk op de hoogte gesteld te worden van elke uitbreiding of slinking van het dispuut waarbij het aantal dispuutsleden is veranderd, ten laatste zeven dagen na dato.
4. Als het vertrekken van een dispuutslid ten gevolge heeft dat een functiewisseling onvermijdelijk is volgens artikel 2, dient het bestuur óók hiervan op de hoogte gesteld te worden, ten laatste zeven dagen na dato.

Artikel 8. Wijzigingen
1. De naam van een dispuut mag gedurende diens bestaan niet veranderd worden.
2. De acceptatieprocedure mag hoogstens ééns per twee jaar veranderd worden.
3. De acceptatieprocedure mag na oprichting gedurende twee jaar niet veranderd worden.
4. Voor het wijzigen van de acceptatieprocedure dient de dispuutsvoorzitter schriftelijk een verzoek tot wijziging acceptatieprocedure in te dienen bij het bestuur.
5. Opdat een verzoek tot wijziging acceptatieprocedure is ingediend, zal de wijziging plaatsvinden tijdens de eerstvolgende A.L.V., mits het verzoek ten minste vier weken alvorens de aanvang van de volgende A.L.V. is ingediend. Als aan dit criterium niet wordt voldaan, zal het bestuur besluiten tijdens welke A.L.V. het verzoek in behandeling zal worden genomen.
6. Het bestuur zal de indiener van het verzoek tijdig op de hoogte stellen van de datum van de A.L.V. waarin de wijziging zal plaatsvinden.
7. Een verzoek tot wijziging kan door het bestuur worden afgewezen als dit niet in overeenkomst is opgesteld met het Disputenreglement.
8. Als de geldigheid van de voorgestelde acceptatieprocedure door de A.L.V. in twijfel wordt getrokken, moet er gestemd worden om de geldigheid vast te stellen.
9. Een ongeldig verklaarde acceptatieprocedure mag nimmer in werking gesteld worden.

Artikel 9. Overtredingen en nalatigheden
1. De A.L.V. of het bestuur mag enkel besluiten een dispuut voor hoogstens vijf maanden op inactief te zetten als het dispuut een of meer van de volgende overtredingen begaat:
a. Gedrag dat er toe leidt dat de vereniging financiële schade ondervindt.
b. Gedrag dat er direct toe leidt dat de vereniging één of meerdere leden verliest.
c. Het afwijken van de geldende acceptatieprocedure waartoe deze niet langer voldoet aan artikel 3.
d. Het lasteren van de vereniging.
2. De A.L.V. of het bestuur mag enkel besluiten een dispuut te veroordelen tot een bierboete zoals omschreven in lid 3, als het dispuut een of meerdere van de volgende overtredingen begaat:
a. Het dragen van dispuutskleding terwijl een dispuut de status inactief heeft.
b. Het nalaten van het overhandigen van notulen in een situatie waarin deze overhandigd moeten worden volgens artikel 5 en artikel 6.
3. Een bierboete is een boete waarbij een dispuut bier moet kopen. De verschillende soorten bierboetes zijn:
a. Bierboete t.b.v. A.L.V.. Hierbij koopt een dispuut bier voor alle aanwezigen bij een A.L.V. die daar behoefte aan hebben, tijdens deze A.L.V.. Een dispuut kan enkel tot deze boete worden veroordeeld op een A.L.V.
b. Bierboete t.b.v. bestuur. Hierbij koopt een dispuut een rondje bier voor alle bestuursleden die daar behoefte aan hebben, op een door het bestuur vast te stellen tijdstip.

Artikel 10. Opheffing
1. Een dispuut kan besluiten zich op te heffen. Hiertoe dient de dispuutsvoorzitter schriftelijk een verzoek tot opheffing in te dienen bij het bestuur.
2. Bij opheffing dienen de notulen van de dispuutsvergaderingen van de afgelopen vijf jaren aan het bestuur overhandigd te worden.
3. Een dispuut wordt automatisch opgeheven als het langer dan 6 maanden de status inactief heeft gehad.

Artikel 11. Slotbepaling
1. In situaties waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.